Robbedoes en zijn vrienden:

…van jong naar oud(er)!

Alle stripfiguren veranderen, dus zo is dat niet anders bij de reeks Robbedoes en Kwabbernoot (in het Frans: Spirou et Fantasio). In deze reeks valt het toch meer op dan bij andere reeksen. Hoe komt dat? Wel, omdat er heel wat tekenaars de reeks in handen kregen en omdat elk op zijn eigen manier tekent, kan het niet anders dan dat de figuren verschillen.

Cover of Spirou

 

Allereerst had de Fransman Robert Velter, alias Rob-Vel de reeks in handen. Hij ontwierp Robbedoes immers. Dat gebeurde in 1938, in Marcinelle. Robbedoes verscheen voor het eerst op 21 april 1938 in het gelijknamige tijdschrift. In de ‘geboortestrip’ zien we hoe Robbedoes fictief ontstond. Hij werd op een palet getekend en men besprenkelde de tekening met ‘levenswater’. Een held was geboren! daarna begon hij te werken voor "Moustic-hotel", vandaar ook zijn pakje.

 

Het tweede personage voor de reeks werd de eekhoorn ‘Spip’. Robbedoes hielp het diertje uit een kooi in het jaar 1939. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk.

 

Toen Robbedoes nog van Rob-Vel was, tekende Joseph Gillain, beter gekend als Jijé, Robbedoes eens. In 1943 kreeg hij Robbedoes dan ook van Rob-Vel. Hij voegde Kwabbernoot – in opdracht van Jean Doisy – aan de reeks toe. Hij werd Robbedoes’ beste vriend en de tweede held.

Robbedoes bleef weliswaar ook niet lang in zijn handen. Hij ging met Paape, Franquin en Morris op reis naar Mexico en de Verenigde Staten. Hij was begonnen aan het verhaal ‘Robbedoes en het geprefabriceerde huis’. Hij werkte het nooit af, maar gaf het door aan Franquin, die het moest afwerken. Dat dat geen makkelijke taak was, kan je wel raden. Gelukkig had Franquin al een verhaal van Robbedoes achter de rug. ‘De tank’ werd door hem al getekend. Nu kreeg hij de volledige rechten van Robbedoes. Maar hij maakte er iets moois van en dàt was een prachtige prestatie voor het Belgisch beeldverhaal.

 

Franquin heeft tot nog toe de meeste Robbedoes-avonturen gemaakt. Maar liefst 22 albums werden door hem getekend! Andere reeksen maakten hem nog beroemder: ‘Ton en Tineke’, ‘Zwartkijken’ & vooral ‘Guust’ & de ‘Marsupilami’. In de tijd van Franquin kwamen de mooiste verhalen uit de bus. Stuk voor stuk juweeltjes!

Franquin maakte van Robbedoes een echte held. Geen held met kracht, maar met hersenen. Spip en Kwabbernoot kwamen er tot hun volle recht. Allen kregen ze hun belangrijke rol. Verhaal na verhaal. Zelfs Spip wordt als held aanzien.

Robbedoes veranderde veel bij Franquin. De eerste keer leken Robbedoes en Kwabbernoot sprekend op die van Jijé. Al snel veranderde dat in een echte Franquin-stijl. Zijn piccolo-uniform droeg hij tot en met nummer 19. Daarna kreeg hij een rode jas, witte pull en zijn rode broek. In nummer 24 kreeg hij weliswaar weer zijn oude tenue.

 

Robbedoes was de perfecte jongen. Hij vloekte niet en deed niets verkeerd. Daarom dat Franquin hem niet meer leuk vond. Hij was niet vrij met het personage én hij had het niet zelf gemaakt. Daarom kreeg Fournier alles van hem, behalve de Marsupilami. Fournier kreeg dus ook de graaf van Rommelgem, Wiebeling, de burgemeester uit Rommelgem, meneer Frunnik, Stamper, Zwendel en al de andere creaties van Franquin.

 

In de tijd van Fransman Fournier brak een rare periode aan. Toen hij de figuren kreeg in 1969 maakte hij er eigenlijk mislukte kopies van. In het eerste verhaal van hem – de goudmaker – lijken de personen nog goed op die van Franquin, maar er is toch heel duidelijk een verschil in de manier van tekenen. Misschien leken al de figuren hetzelfde omdat Franquin een oogje in het zeil hield. Hijzelf tekende immers de Marsupilami in die strip. Fournier deed het daarna alleen en bewerkte iedereen een beetje. Er kwamen ook eigen figuren bij.

 

In Tora-Torapa krijgt Robbedoes echt een geheel nieuw gezicht. Zijn haar wordt aan de achterzijde langer. Hij gebruikt ook de pull en een gewone rode jas voor Robbedoes. Hij lijkt niet meer op de piccolo die we gewend zijn. Zelfs nu bij de nieuwe tekenaars is hij weer een piccolo. Het piccolo-kostuum, waardoor hij over de hele wereld bekend is geraakt.

Tijdens het album ‘Geld, smiechten en smokkel’ weet Fournier – en dat is te zien aan zijn Robbedoes – dat hij er de brui aan zal geven.

 

Uitgeverij Dupuis brengt het in handen van Nicolas Broca, alias Nic en Raoul Cauvin.

Samen maken ze slechts 3 albums, tot nog toe het minst van allemaal. Robbedoes heeft weer iets meer de Franquin-vorm dan bij Founier. Maar na die drie albums geven ook zij het op en uitgeverij Dupuis bezorgt de reeks aan een zekere Yves Chaland. Van hem zijn er zelfs nooit echte albums uitgekomen. Zijn album ‘Op zoek naar Bocongo’ werd enkel illegaal gedrukt! Na hem kwam de  reeks uiteindelijk in handen van twee brannies, die de reeks nu nog vasthebben: Philippe Vandevelde, alias Tome & Jean Richard Geurts, alias Janry. Zij blazen de reeks echt ‘nieuw’ leven in. Hun eerste verhaal ‘De stem zonder meester’ werd weliswaar niet in de gewone reeks gepubliceerd. Hun Robbedoes doet sterk denken aan die van Franquin. Alles is weliswaar veel realistischer getekenden dat maakt het net weer anders. De verhalen zijn ook veel onzinniger dan al de rest. Alles hangt vast met verleden, toekomst en het heelal. Alle verhalen volgen elkaar gedeeltelijk op. En als je de één dan al niet begrijpt, lees dan de rest ook niet.

 

Het bekendste voorbeeld daarvan is het laatste verhaal ‘als in een droom’. De Robbedoes daaruit – links afgebeeld – doet absoluut niet meer denken aan Robbedoes. Spip wordt ontrouw en van Robbedoes en Kwabbernoot zou je geheel andere ideeën krijgen dan van de ander Robbedoes. s die nu van hen, van Franquin, Fournier, Jijé of Rob-Vel, je denkt waarschijnlijk op het eerste gezicht dat het iemand anders is. HET IS TE REALISTISCH! Het komt de stripreeks niet ten goede, want een legendarische figuur verandert in één oogopslag voor je! Robbedoes lijkt wel iemand anders! En hij krijgt een heel rare band met Kwabbernoot. Volgens een journalist lijkt het alsof ze homofiel zijn. Misschien geeft het volgende album – als die nog zou komen – meer duidelijkheid. Want Robbedoes is nu een onsterflijk figuur, maar zal hij straks nog bestaan? We wachten al meer dan twee jaar op een nieuw album van Tome & Janry… of iemand anders. Voorlopig staat enkel de kleine Robbe – een mislukte kopie – nog als nieuw in de winkel. Hoe lang zullen we nog moeten wachten op een nieuw Robbedoes-avontuur? Zouden de tekenaar en scenarist zichzelf vastgezet hebben met hun nieuw, bizar album? Of…

 

Van Robbedoes bestaan ook albums met zijn jeugdverhalen, eveneens getekend door Tom & Janry. De Kleine Robbe is dus Robbedoes zelf, maar gewoon in kleiner en jonger formaat. Met deze reeks is het "succes" van Tom & Janry begonnen.

De Kleine Robbe is een andere stripreeks, en omdat hij niet door Franquin ontworpen is, moet je niet wachten op een website over dit boosdoenertje. Er komt waarschijnlijk toch geen.

Kwabbernoot veranderde dan weer op een heel andere manier. Dat lag niet zo zeer aan de verschillende tekenaars maar meer aan Franquin alleen. Hij maakte van Kwabbernoot de ‘sul’ de huidige Kwabbernoot, de ‘held’!

Alle andere tekenaars heben zich op de laatste Kwabbernoot van Franquin gebaseerd. Bij is er zelden een verschil te bemerken dan bij Robbedoes. Hoe hij veranderde zie je hieronder.

 

Hier zie je Kwabbernoot in één van zijn oudste vormen. Hier is hij de sul, de sukkel, de onozelaar. We kunnen hem beschrijven als een “Guust”!

Kwabbernoot in zijn tweede vorm: hij ziet er al een stuk volwassener uit. Hij is dan ook een held geworden. Door zijn strip of stropdas ziet hij er deftig uit.

Kwabbernoot in de laatste Franquin-vorm. Zijn neus is verdikt. Zo zien we hem in de laatste Guust-strips. Hij wordt nu nogal vlug zenuwachtig.

 

 

Spip ontstond in 1939 toen nog bij Rob-Vel. Robbedoes haalde hem uit de kooi waarin hij gevangen zat. Zo werd Spip Robbedoes’ eerste kameraad.

 

Spip veranderde ook, maar dat lag dan wel weer aan de tekenaars. vooral zijn hoofd is blijven evolueren. Zijn staart veranderde ook, maar dat is minder duidelijk

 

Spip in de tijd van Jijé en de beginperiode van Franquin. Hij heeft een lang lichaam, een kleine kop en geen wit op zijn buik.

Spip in de eindperiode van Franquin (album 18). Veel echter, realistischer dan eerst. Zijn witte buik en kraagje verschijnen.

Fourniers spip was dan weer iets anders. Zijn oren zijn ronder en de oogjes kleiner.

Spip van Tome & Janry: hij lijkt veel op de Spip uit de eindperiode van Franquin, maar heeft daarentegen een dikkere staart en een witte kraag.

 

In ‘Als in een droom’ van Tome & Janry krijg je andere kijk op Spip. Hij is er lui, ontrouw en dik.

 

 

 

Afbeeldingen: ©Dupuis

©Joris’ productions