ABC

 

De Marsupilami is een veelzijdig dier. Er valt enorm veel over te zeggen dat je het niet echt in een lange tekst kunt plaatsen, daarom rangschik ik de gegevens volgens het alfabet zodat ze beter uitkomen.

 

 

·         Bloemen: bloemen zijn heel normaal voor de Marsupilami’s. Ze versieren er hun nest mee en het is ook een gewenst cadeautje bij de wijfjes. De bloemen trekken immers kolibries aan, en daar is de marsupilami blij om. Marsupilami’s zijn dus graag kolibries!

·         Buikspreken: de marsupilami is in staat om door zijn buik te spreken. Geen ander dier is daar toe in staat.

·         Chahutas: de inboorlingen uit Palombië. Ze zijn dol op marsupilamivlees, maar beschouwen hem toch als een god, Marzupilcoatl genaamd.

·         Eieren: de marsupilami legt eieren. Het dier is één van de weinige zoogdieren dat eieren legt, en ze zijn dan nog speciaal ook. De eieren zijn niet ovaal, maar peervormig, of gloeilampvormig als je ze draait. Als de jongen uit die eieren komen kloppen ze de andere eieren kapot, maar niet om concurrenten uit te schakelen. Nee, ze doen dat om de broertjes of zusjes ook uit hun eieren te laten komen.

·         Eten: zowat alles valt in de smaak bij de marsupilami: fruit en piranha’s genieten de voorkeur. Hij vangt die gevaarlijke vissen natuurlijk met zijn staart, maar het gebeurt ook wel eens dat hij in het water springt om ze ter plekke te verorberen. Maar fruit staat dus ook op het menu. Hij kent zowel de goeie als slechte soorten. Maar hij eet nog véél meer: mieren en vlooien bijvoorbeeld. Vlooien vangen doet hijs simpelweg door een dier te vangen met zijn staart en hem te ontvlooien. En mieren eten gaat nog makkelijker: gewoon met je mond open over het gras gaan.

·         Gauwdief: de marsupilami is erg snel en nieuwsgierig en de combinatie daarvan maakt dat hij alles erg vlug kan wegritsen, met alle kwalijke gevolgen van dien.

·         Grappenmaker: de marsupilami is een heuse grappenmaker. Plagen en spelen horen zeker tot zijn dagelijkse bezigheden. Lachen is dan ook iets wat hun leven voor eeuwig heeft veranderd en dat is allemaal begonnen door… Kwabbernoot!

·         Graven: een eigenschap dat de marsupilami niet veel gebruikt is zijn graafeigenschap. Hij is namelijk in staat van door de grond heen sporen te vinden. Nu is de vraag nog: kan hij zien in het donker of gaat hij enkel op zijn neus af?

·         Gulzig: de marsupilami heeft slechts één gebrek: zijn gulzigheid. Toch heeft het geen directe nadelen voor het dier.

·         Haarsprieten: de marsupilami heeft 3 haarsprieten bovenop zijn kop staan, de marsupilamia slechts 1, maar van haar is die gekruld. Ook bij de jonge marsupilami’s zijn de haarsprieten een herkenningsmiddel.

·         Handen: het dier heeft ijzersterke handen en kan krachtige meppen verkopen.

·         Hoeba: de taal van de marsupilami’s is erg simpel: het bestaat voornamelijk uit “hoeba” en “hop”. Bij de vrouwtjes is het dan weer “hoebi” en “hop”. De jongen kunnen enkel “hop” en “bi” zeggen. Maar ze kunnen nog meer zeggen dan dat, maar die dingen komen in het wild niet voor. Voor deze dingen kun je bij “Taal” kijken.

·         Hoofd: het hoofd van de marsupilami heeft 2 voordelen: er zitten veel hersenen in en hij heeft een heel harde schedel. Daardoor kan hij zelfs kloppen verkopen!

·         Hygiëne: ook dat kennen de marsupilami’s. Zo moeten de jongen hun handen wassen voor ze beginnen met eten en de volwassen dieren nemen vaak een duik in de rivier.

·         Instinct: de marsupilami’s bezitten een pak instincten, maar toch kan hij redeneren zoals een mens dat doet. De instincten van de marsupilami zijn erg gesofisticeerd en de meeste zul je wel op deze pagina vinden.

·         Jagen: de marsupilami heeft enorm veel manieren om te jagen. Vissen met zijn staart, lassowerpen, mensen die vol zit met piranha’s uitschudden (om de pirahna’s te krijgen natuurlijk) en nog zoveel andere technieken. Kijk ook even bij “Eten”.

·         Jaguar (Panthera onca): de enige dieren die niet genoeg krijgen van de jacht op de marsupilami’s. toch komen ze meestal van een kale reis terug. Zelfs de kleintjes kunnen de grote vijand aan, maar vaak hebben ze toch de hulp nodig van een volwassen marsupilami.

·         Jaloezie: een kwaal van de marsupilami. Als ze jaloers zijn tonen ze elkaar hun krachten. Toch springen de marsupilami’s voor elkaar in de bres als ze bedreigd worden. Onderling vechten is dus heel gewoon, maar het voor elkaar opnemen eveneens.

·         Kinderen: de kleintjes van de marsupilami zijn enorm leuk om te zien. Ze zijn gewoon een kleinere versie van de volwassen exemplaren. Toch zijn er enkele verschillen: hun ogen zijn niet zo groot, evenals hun neus, en ze zijn niet gevlekt. Toch niet als ze geboren worden, maar de vlekken komen wel nog tijdens hun jeugd, maar dat weten we enkel van het meisje. Van de jongens weten we dat niet omdat de 2 bekende mannetjes geen vlekken hebben. Van het gele exemplaar komen ze misschien later dan bij de wijfjes of nooit, maar in dat laatste geval moet het een fout zijn van de natuur. Door het zwarte exemplaar worden we niet veel wijzer: bij hem zullen de vlekken nooit te zien zijn.
Nog een leuk detail over de jongen: bij hun geboorte schreeuwen ze zo hard dat ze alle gevaarlijke dieren uit de buurt wegjagen. En tevens over de geboorte: de jongen worden met een knoop in de staart geboren.

·         Klok: een marsupilami kan zelfs een klok lezen! Hij kent de techniek van de maanwijzer en kan daardoor redeneringen maken die tot op de minuut kloppen.

·         Ledematen: de marsupilami’s hebben lange armen en korte benen. Ze hebben 8 vingers en evenveel tenen.

·         Lichaamsbouw: het lichaam van de marsupilami zit even complex in elkaar als dat van de mens. Zijn maag zit in verbinding met zijn neus, want Kwabbernoot klopte in “QRN op Bretzelburg” op zijn rug waardoor een transistorradio vanuit zijn maag in zijn neus belandde. De rest van de lichaamsbouw van het dier is nog een raadsel voor de mens.

·         Liefde: de marsupilami’s weten wat liefde is en dat draagt zo zijn gevolgen mee. De marsupilami blijft steeds bij dezelfde partner en gaat geen buitenechtelijke relaties aan. Sommige vrouwtjes proberen mannetjes wel te verleiden, maar dé marsupilami loopt niet in die val.

·         Loopmanier: de marsupilami loopt op de zool van zijn voet, een zoolganger dus. De marsupilamia echter loopt op haar tenen. Waarschijnlijk is dat zo omdat dat sierlijker oogt.

·         Marzupilcoatl: de god die de Chahutas aan de marsupilami toeschrijven.

·         Medelijden: de marsupilami heeft vaak medelijden met een onderdrukt wezen. Hij beschermt dat dier dan ook (zie zelfopoffering).

·         Mens: de marsupilami is net als zoveel andere dieren bang voor de mens. Toch heeft het dier zelf ook de menselijke kwalen zoals zenuwachtigheid, jaloezie, woedeaanvallen en nieuwsgierigheid.
Wat ook met de mens te maken heeft is dit: de marsupilami kan volstrekt niet tegen gevangenschap in een kooi.

·         Natuur: de marsupilami leeft in de Amazone, een groot stuk natuur dus. Bedreigingen van de natuur zijn dan ook direct een bedreiging voor de marsupilami. Een teken dat hij zich onmiddellijk moet inspannen om de natuur te beschermen! En met succes natuurlijk!

·         Nest: typisch aan de marsupilami is dat hij in een nest woont. Dat doet hij tenminste als hij een gezin heeft. Indien dat niet zo is zoekt de marsupilami elke nacht een ander plaatsje om te slapen en dat is hoog in de bomen op enkele takken. Simpel dus, maar een nest steekt helemaal niet zo simpel ineen! Het is gemaakt op een houten geraamte dat bedekt wordt met aan elkaar gevlochten bladeren. Binnenin ligt het vol met zachte veren. Het nest is vastgemaakt aan een boom met lianen en takken en het is ook bereikbaar van op de grond. Alhoewel… het nest is beschermd tegen iedere indringer door de meest geniale snufjes die op of in het nest zitten. Zo zit er een hendel in en als je er aan trekt klapt het nest toe. En dieren die denken te kunnen springen vanaf dichthangende takken zijn ook fout bezig: die takken hangen door lianen vast aan het nest, en als je die lianen lost slinger je het dier weg. Maar het nest kan nog veel meer: het kan losgemaakt worden bij gevaar dat niet kan verhinderd worden (ontbossing) om het dan weer ergens anders op te hangen. Het is op de koop toe nog water- en geluidsdicht!
Jongen kunnen ook een nest maken. Dat bewijzen ze als ze een test ondergaan (zie “test”). Hun nest lijkt niet op een groot nest van de volwassen dieren, maar het is ook erg goed beschermd.

·         Neus: de marsupilami heeft een heel leuke neus. Daaraan kan je immers het verschil zien tussen een echte marsupilami en een marsupilami van Disney. Een echte marsupilami heeft een veel grotere neus en het staat hem dus ook véél beter. Zijn neus is dan wel dik, maar één ets is zeker: zijn neus is niet zo dik als die van Guust Flater. Toch ruikt hij stukken beter! Hij vindt ieder spoor terug door zijn neus, ook al wordt het spoor uitgewist in het water.

·         Nieuwsgierig: de marsupilami is erg nieuwsgierig van aard, maar let wel erg goed op voor hij zijn neus ergens insteekt. Soms krijgt deze kwaal toch wel gevolgen.

·         Omhelzen: de typische vriendschappelijke houding van de marsupilami’s. Iemand die geliefd is wordt geknuffeld en omhelsd.

·         Oplettend: niets ontgaat het oog van de marsupilami. Zowel uit nieuwsgierigheid als uit voorzichtigheid. Zelfs tijdens een rustpauze zal de marsupilami op zijn jongen letten.

·         Ouderdom: de marsupilami’s kunnen erg oud worden. Een gevangen exemplaar (zie Baby Prinz) is vast en zeker meer dan 100 jaar oud. De precieze ouderdom van de marsupilami’s is echter niet bekend.

·         Palombië: een kleine republiek in Zuid-Amerika aan de Amazone. El Sombrero is er een vulkaan en daar rond woont de heer en meester van het oerwoud: de marsupilami!

·         Panterkleuren: de marsupilami is gekleurd volgens het panterpatroon. Geel met zwarte stippen dus. Zelfs de staart is gestippeld maar loopt op het einde uit in een zwarte vlek. De oren van de marsupilami zijn echter niet gevlekt, evenals de onbehaarde plekken, maar dat laatste is logisch.

·         Plan: de marsupilami is zowat het enige dier dat een plan kan lezen.

·         Praten: de marsupilami is een erg slim dier en kan zelfs mensen imiteren door te spreken. Het blijft echter wel bij papegaaiwerk: hij weet niet wat hij zegt. Maar je kan niet willen dat het beestje ALLES kan, niet?

·         Preventief: de marsupilami is altijd op alles voorbereid. Zie daarvoor zeker de eigenschappen van zijn nest! Dat is zo geperfectioneerd dat niemand er nog in kan.

·         Raadsel: ondanks de nieuwe ontdekkingen die de mens doet over de marsupilami blijft het dier een raadsel. Dat ligt waarschijnlijk ook aan zijn wilde eigenschappen waardoor hij niet te vangen is. Met een exemplaar in een dierentuin zou het raadsel wat minder raadselachtig zijn. Maar het enige gevangen exemplaar werd al vlug weer bevrijd uit de klauwen van de tralies.

·         Reflexen/reacties: de marsupilami kan enorm snel reageren, vooral als er iemand in gevaar is.

·         Rio Soepme Balledjes: de rivier (waarschijnlijk een bijrivier van de Amazone) waar de Marsupilami uit drinkt en eet. De rivier stikt van de piranha’s, maar er zitten ook krokodillen.

·         Rivierdolfijn: de rivierdolfijnen zijn grote vrienden van de marsupilami. Hij speelt er zelfs mee.

·         Roodborstjes: de grote Europese vrienden van de marsupilami. De marsupilami doet alles om hen te beschermen, zelfs de kat kan geen klein vogeltje meer eten!

·         Sierlijk: de marsupilami’s leven erg sierlijk, zeker de wijfjes. Die lopen zelfs sierlijk. Maar zowel zij als de mannetjes zijn erg zindelijk.

·         Sluw: de marsupilami is uiterst sluw, slim met listen dus. Ook dat maakt hem heer en meester in het oerwoud.

·         Springen: springen is heel normaal voor de marsupilami. Als hij voortbeweegt doet hij dat al springend, het vrouwtje echter meer al waggelend. De mannetjes kunnen ook op andere manieren springen dan met hun poten: door hun staart! Die kunnen ze omvormen tot een soort veer om zich in de lucht te katapulteren.

·         Staart: het belangrijkste aan de marsupilami is vast en zeker zijn staart. Die is zo’n 8 meter lang en biedt de marsupilami enorm veel mogelijkheden tot verdedigen. De staart is ijzersterk en kan tot een soort knots geknobbeld worden. Hij kan ook als lasso gebruikt worden of als een hand. Enkel in de lift is die lange staart niet zo gemakkelijk. Maar daar heeft het vrouwtje geen last van: zij heeft een veel kortere staart, maar ze draagt die oneindig veel sierlijker. Maar het mannetje kan natuurlijk meer door de lengte: schommelen, misleiden (als liaan of slang gedragen), veren, jongen vervoeren … Zijn staart maakt hem dus uiterst behendig.

·         Test: de jonge marsupilami’s ondergaan na enkele jaren een test! Iets zegt de marsupilami’s dat ze hun jongen daaraan moeten beproeven en dan gaat de vader op pad… om zijn jongen kwijt te spelen. De marsupilami zelf is er van aangedaan, maar toch doet hij het. Als de kleintjes terugkomen worden ze weer aangenomen in het nest. Waarschijnlijk heeft deze vreemde test te maken met het stuifmeel van een cactus.

·         Vlechten: de marsupilami kan knopen leggen en vlechten. Dat is goed te zien aan de manier waarop zijn nest ineen zit.

·         Volmaakt: niemand is volmaakt, maar er zijn toch wezens die het bijna zijn. Niet de mens, maar de marsupilami. Het dier is enorm gesofisticeerd en dat heeft zo zijn voordelen. Hij laat zich niet vangen en kan enorm veel met zowel zijn staart als met zijn hersenen. Er is wel een gebrek aan de marsupilami: hij is gulzig.

·         Voorspellingen: de marsupilami zou in staat zijn dingen te kunnen voorspellen door waarnemingen. Zo’n beetje een weerman dus. Het verschil tussen hem en de weerman of –vrouw is echter dat de voorspellingen van de marsupilami’s altijd uitkomen.

·         Wild: de marsupilami is erg wild, maar ook erg wijs. De mens kan de marsupilami niet vangen door de combinatie van die twee.

·         Wintervacht: de marsupilami kan overal overleven, maar moet daarvoor een aantal aanpassingen ondergaan. Zo krijgt de marsupilami bij de komst van een harde winter een dikke vacht. Dat heeft hij natuurlijk enkel hier nodig.

·         Woedeaanvallen: de marsupilami heeft soms last van woedeaanvallen. Het is dan ook een tamelijk driftig dier en sommige zaken kunnen zo op zijn zenuwen werken dat hij bijna uit zijn vel schiet. Bij een woedeaanval rijzen zijn haren de lucht in, ook op zijn staart, en dan is hij is staat een boom in tweeën te kraken.

·         Wonder: de marsupilami is een echt wonder. Hij kan alles wat de mens maar van kan dromen. Behalve vliegen dan. Maar het dier blijft nog steeds een wonder en raadsel voor de wetenschap.

·         Zeldzaamheid: het staat vast dat de marsupilami niet te vangen is omdat hij zo zeldzaam is. Dat is nochtans heel gek, want het dier redt zich best in het wild. Hij is het meest perfecte dier op aarde, maar toch is hij uiterst zeldzaam. Een raadsel zoals alle andere dingen over dit wonderlijke dier.

·         Zelfopoffering: de marsupilami offert zich steeds op voor de zwakken uit het dierenrijk of mensdom. Onderdrukten genieten de voorkeur van de marsupilami en hij verdedigt ze altijd! Zonder rekening te houden met zijn eigen leven. Zelfs andere marsupilami’s worden geholpen.

·         Zintuigen: de marsupilami bezit heel wat goeie zichtuigen. Zowel zijn oren, neus als gevoel. Zijn zesde zintuig is natuurlijk nog spectaculairder: kunnen voorspellen. En dan nog zijn zevende: alles vinden van op kilometers afstand.

·         Zoeken: een marsupilami kan alles en iedereen vinden van gigantische afstanden ver door zijn ingebouwd radarsysteem. En eenmaal hij vertrokken is gaat hij onvermoeid verder.

·         Zwemmen: ook dat kan de marsupilami. En duiken eveneens. Hij kan uren onder water blijven.

·         Zwendelgolf: de marsupilami is het enige dier op deze aardbol dat van de natuur uit tegen de Zwendelgolf van Zwendel kan. Het maakt hem enkel aan het lachen en hij is er zelfs verzot op.

 

 

 

©Joris’ productions