Historiek

De historie van Kuifje begint vele jaren geleden, meer bepaald in 1929, toen hij voor het eerst verscheen in Le Petit Vingtième. Lees op deze site ALLES over de geschiedenis van Kuifje, van begin tot einde, met de belangrijkste punten uit het bestaan van de grootste stripheld aller tijden! Lees hier dus Kuifje’s

Historiek

 

Kuifje is altijd meer geweest dan een strip om de mensen te plezieren. Hergé stak er steeds weer een stuk van zijn leven en de actualiteit in. Kuifje in het land van de Sovjets is daar een goed voorbeeld van. Het communisme was overal aanwezig en Hergé zette het idee dat de meeste mensen erover hadden op papier. Steeds weer kreeg Kuifje te maken met de actualtiteit. Hieronder vind je alle nodige informatie.

 

·         Het begon allemaal in 1929, op 10 januari. Naar het schijnt zou Kuifje gemaakt zijn op aanvraag van Hergés broertje en Hergé zou voor dat personage zijn oude Totor genomen hebben, natuurlijk wat aangepast. Le Petit Vingtième waarin “Kuifje in het land van de Sovjets” verscheen. Kuifje ging naar de Sovjets omdat pater Wallez, toen de baas van Le Vingtième Siècle, het adviseerde. Hergé stopt er de ideeën dat de Westerse burger erover had in. Hergé zelf dacht zo, en dus zien we het verhaal uit zijn opzicht. De communisten die mensen onderdrukken, brooduitdelingen, verwaarlozingen van Moskou, verborgen schatten, valsheid, wreedheid, …

·         In 1930 komt “Kuifje in het land van de Sovjets” dan in albumvorm uit. Kuifje krijgt ook een nieuwe opdracht: Kongo verkennen. Ook hier steekt Hergé er zijn ideeën in. Luie zwarten, verouderde werktuigen, ruziënde stammen, …

·         1932: Amerika. Kuifje gaat er naar op reis en toont hoe de mensen toen dachten over de Nieuwe Wereld. Domme Indianen, valse blanken die bij een oliebron onmiddellijk afstormen om de bron te kopen, dieven, moordenaars, gijzelnemers, en natuurlijk Corned Beef-fabrieken.

·         In 1934 komt Kuifje in handen van uitgeverij Casterman, die nu nog steeds miljoenen winst maakt met de Kuifje-albums.

·         In dezelfde tijd maakte Hergé zijn “Kuifje en de sigaren van de farao”. Deze keer zijn er minder actualiteiten aanwezig.

·         Ook in datzelfde jaar leert Hergé iets heel belangrijks: je moet je goed documenteren voordat je aan een stripverhaal begint. Door de ontmoeting met Tchang leert Hergé dit. Tchang leert Hergé dat Chinezen niet zijn zoals iedereen ze voorstelt. Je moet dus niet denken dat iets is omdat men het je zo aanleert. Dit was Hergés grootste les. De albums van Kuifje na de ontmoeting met Tchang, vanaf “de Blauwe Lotus”, werden allemaal eerst goed gepland door eerst documentatie te zoeken. Een keerpunt in Hergés leven! Wat tot dan toe een spel geweest was, werd plots een beroep waarvoor je hard moest werken.

·         In 1936 werd “de Blauwe Lotus” uitgegeven. Het verhaal bevat enorm veel slechte dingen, maar ze zijn erg realistisch. Een spoorlijn die opgeblazen wordt door Japanners, en terroristen krijgen de schuld. Dat gebeurde OOK in de realiteit!

·         In 1937 krijgt Kuifje te maken met een gestolen fetisj. “Het gebroken oor” heet dat album en het bevat een laffe oorlog waarin zelfs een reëel persoon in voorkomt. In de oorlog tussen Bolivia en Paraguay, die er in afgebeeld wordt, komt een wapenhandelaar met een dubbele rol voor. Die man bestond in het echt ook, en de getekende versie is een zuivere kopie van het levende (intussen wel dode) individu.

·         In 1938 komt Hergé in aanraking met vals geld. Ook dat wordt afgebeeld in een album. “De Zwarte Rotsen” draait volledig rond valsemunters.

·         In 1939 wordt Hergé uitgenodigd is China door de waarde die achter “De Blauwe Lotus” steekt. Het verhaal bleek toen al het belangrijkste uit de hele reeks. Nog steeds wordt dit album bekeken als het meest realistische. De uitnodiging die Hergé ervoor kreeg werd uitgesteld, want Hergé werd gemobiliseerd wegens de Tweede Wereldoorlog die op komst was. Hij ging echter toch naar China, wel 34 jaar later.

·         In datzelfde jaar beledigt Kuifje de Duitsers al. Met de Anschluss verzint Hergé “De scepter van Ottokar”. Daarin proberen de Borduriërs de Syldaviërs op een laffe manier te overheersen net zoals de Duitsers dat met de Oostenrijkers deden.

·         1940, de oorlog breekt uit! Le Petit Vingtième verdwijnt en het Kuifje-verhaal die toen liep, Kuifje en het Zwarte Goud, werd stopgezet. Hergé tekende er geregeld wat platen van en stuurde die – zelfs toen hij gemobiliseerd was – door naar de redactie van de bijlage van Le Vingtième Siècle, Le Petit Vingtième dus. Het verhaal werd uiteindelijk heel wat jaren later afgewerkt, natuurlijk na de oorlog.

·         Doordat Kuifje niet meer kon verschijnen in die krant, zocht Hergé een andere thuisplaats voor zijn Kuifje. Kuifje verscheen voortaan in Le Soir, één van de weinige kranten die nog mochten verschijnen onder de Duitse bezetter. De Duitsers verboden wel enkele albums van Kuifje. “De Zwarte Rotsen” en “Kuifje in Amerika” mochten niet meer verschijnen wegens de Engelsen en de Amerikanen die in de albums voorkwamen. “De scepter van Ottokar” ontsnapte nog net aan deze tucht.

·         Kuifje komt in 1941 in contact met kapitein Haddock. Wegens de bezetting stopt Hergé geen echte actuele dingen in “De krab met de gulden scharen”.

·         Casterman besluit in 1942 om een standaardvorm voor alle strips aan te nemen. Daarmee moest nu ook kleur gebruikt worden. Hergé was er niet helemaal mee akkoord, maar de uitgever kreeg hem toch overtuigd. Daarmee moesten alle verhalen hertekend worden (ze hadden te veel pagina’s) en ze werden ingekleurd.

·         In datzelfde jaar gaat Kuifje toch maar weer in de aanval tegen de Amerikanen. “De geheimzinnige ster” wordt een race tussen Europeanen van neutrale en bezette landen en de geallieerde Amerikanen. De spanning is er te snijden. Misschien een vergelijking met de oorlog?

·         1943-1944: het dubbelverhaal “Het geheim van de eenhoorn” en “De schat van Scharlaken Rackham” verschijnen. De verhalen dienen duidelik om te ontspannen en ze bevatten ook geen actuele zaken.

·         In 1944 wordt de publicatie van Kuifje belemmerd. De oorlog is over en Hergé wordt van collaboratie beschuldigd! Hierdoor krijgt Hergé een tijdelijk publicatieverbod opgelegd. De publicatie van “De 7 kristallen bollen” wordt onderbroken.

·         In 1946 sticht Raymond Leblanc het weekblad Kuifje. Een echt succes zo blijkt.

·         In 1948 krijgt Kuifje echt héél veel aandacht. Het weekblad Kuifje verschijnt nu ook in het Frans, Kuifje gaat internationaal én “de 7 kristallen bollen” verschijnt.

·         Een jaar later verschijnt “De Zonnetempel”, nog steeds geen actuele zaken.

·         In 1950 verschijnt het onafgewerkte “Het zwarte goud”.

·         Hergé sticht de Studios Hergé. Ze krijgen al vlug de taak over het opzoekwerk voor de maanverhalen “Raket naar de maan” en “Mannen op de maan” uit resp. 1953 en 1954. Het was het eerste album van Hergé met ZO’N waarde! Het zou namelijk nog enkele jaren duren voordat er écht iemand op de maan zou gaan wandelen. Een verhaal dat echt is, zonder dat de mensen van toen het wisten.

·         De koude oorlog zit ook in Kuifje verwerkt. De spannende “De zaak Zonnebloem” uit 1956 zit barstensvol soldaten die geheime wapens proberen te ontwikkelen. Ook Pleszky-Gladz lijkt bekend. Stalin misschien?

·         In 1958 komt “Cokes in voorraad” uit. Hergé probeert er mee aan te tonen dat slaven nog steeds niet uit den boze zijn.

·         De reeks gaat achteruit: er komen niet meer zoveel nieuwe albums uit.

·         In 1960 keert Hergé even terug naar zijn “De Blauwe Lotus”. Hij begint een nieuw verhaal met Tchang die al onmiddellijk vermist wordt. Kuifje gaat hem zoeken, niettemin iedereen zegt dat Tchang dood moet zijn.

·         In 1961 verschijnen “Het geheim van het gulden vlies” en “Kuifje en de blauwe sinaasappelen”. Het zijn geen stripalbums, maar heuse films!

·         In 1963 komt “De juwelen van Bianca Castafiore uit. Kuifje wordt daarin geconfronteerd met dwaalsporen en valse paniektoestanden.

·         In 1968 verschijnt “Vlucht 714” met daarin heel wat gekke toestanden. Buitenaardse wezens en geld troef.

·         1969: Kuifje krijgt een tekenfilm: De Zonnetempel.

·         1972: Kuifjes tweede tekenfilm: Kuifje en het Haaienmeer.

·         In 1973 publiceerde Casterman een deel van Hergés archieven. Daarmee werd Kuifje in het land van de Sovjets opnieuw uitgegeven.

·         In 1976 komt “Kuifje en de Picaro’s dan uit. Hergé toont hiermee wat hij vindt van de revoluties in Amerika.

·         In datzelfde jaar komt “Ik, Kuifje” in de bioscoop. Dat was een documentaire over Kuifje.

·         1979: Kuifje is 50 jaar! Dat wordt gevierd in Parijs en Brussel met natuurlijk exposities!

·         1983: Kuifje sterft samen met zijn vader op 3 maart. Hergé had in zijn testament geschreven dat NIEMAND Kuifje mocht verder tekenen. Dat was vast wel een kaakslag voor de lezers en andere tekenaars die de reeks hadden willen hebben. Samen met Hergé sterft Kuifje en co, maar ook het weekblad Kuifje, dat zijn naam niet meer kon gebruiken.

·         1986: Kuifje en de Alfa-kunst, het verhaal waarmee Hergé bezig was voor hij stierf aan leukemie, wordt uitgegeven.

·         1988: er wordt een fresco onthult van 2 keer 150 meter waarop alle figuren die ooit iets gedaan hebben in de Kuifjes staan.

·         1989: een expositie rond Kuifje ging de wereld rond. De expo heet “Kuifje, 60 jaar avonturen” en werd ingehuldigd in Brussel.

 

Natuurlijk gebeurde er later nog zoveel meer, maar dat zal je later wel nog vinden op deze pagina en/of op de pagina’s over Hergé!

 

 

 

 

©Joris’ productions